Een koppeltje koperwieken

Wespendief

Eén van de vele dingen die me blij maken is naar vogels kijken.  Ik weet dat ik niet alleen ben. Onze vriendenkring alleen al telt minstens vijf vogelspotters. En natuurlijk delen we de grote ontdekkingen.  In de prille lente van vorig jaar stuurde een vriendin me een foto van staartmeesjes. Dat was best raar:  enkele uren eerder had ik voor de allereerste keer een staartmeesje gezien. Het zat op de raamdorpel, gewoon naar binnen te loeren. Ik was net even gaan zitten om verder te lezen in een van de boeken op het stapeltje ‘zonder vervaldatum maar te lekker om lang te laten liggen’. Vanuit mijn ooghoek voelde ik dat er naar me gekeken werd. Vreemd, dat kleine kopje dat nerveus van links naar rechts boog.  Het meesje tikte net niet met het snaveltje tegen de ruit. Het vloog zelfs niet weg toen ik opsprong en naar mijn fototoestel sjeesde.

staartmees 2

Staartmees

Onlangs zei een andere vriendin me, op triomfantelijke toon: ‘ik heb een groenling gezien!’. Waarop ik met ongeloof reageerde: ‘neen, écht?’. ‘O jawel,’ lachte ze, ‘en die hebben inderdaad een mooie, groene kleur!’.  Ik was blij voor haar. En, ach ja, mijn kans om die tuinvogel een keertje op te merken zal nog wel komen.  Het voorbije jaar heb ik al wat andere unieke vogels kunnen spotten: een wespendief, een groene én een bonte specht, een boomklever… Altijd weer is er dat YES!-gevoel als het me gelukt is om dat ogenblik vast te leggen en er tegelijkertijd toch van te genieten.

img_1372

Bonte specht

Sinds vorige week mag ik aan het lijstje vogels in onze tuin nog een soort toevoegen. Toen ik aan de gootsteen stond te dagdromen (in plaats van de vaat te doen) werd mijn aandacht getrokken door beweging in de grote hulst voor het raam.  Snelle observatie: middelgrote vogel, familietrekjes van de lijster, beetje rood op de flanken, streperige vlekjes op de borst. Wat me eerst en vooral opviel was de witte ‘wenkbrauw’.  Een tak hoger zat er nog een. Kleine spurt naar de boekenkast, waar mijn zoekkaart ‘Tuinvogels’ ligt. O la la, dit waren koperwieken! Nooit van gehoord, nooit eerder gezien. Het blijken wintergasten uit Scandinavië te zijn. Toen ik las dat er maar 10% kans is dat je deze zangvogels van oktober tot maart in je tuin kan zien, besefte ik dat er geen moment te verliezen was.  Foert met die vaat, op naar buiten! In mijn vlucht griste ik mijn fototoestel mee en sloop stilletjes langs de achterdeur naar de hoek van  het huis. Dat sluipen mag je letterlijk nemen. Alsof de kasseien eieren waren stapte ik naar de plaats waar ik de vogels duidelijk kon zien.  Maar koperwieken zijn schuchtere vogels en altijd op hun hoede. Ze hadden me meteen opgemerkt en vlogen weg. Nog voor ik de kans kreeg om een foto te nemen…

Even later bezorgde ik de vriendin die de groenling had gezien een berichtje: ‘Ik heb net een koppeltje koperwieken gespot’.  Het bewijsmateriaal ontbrak, maar ze zou me vast geloven. Over zulke dingen jok je niet.  Er volgde een kort en krachtig antwoord: ‘Gelukzak!’. En dat is toch ook helemaal waar?

3 Responses

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s